Veelgestelde vragen

Gehoorverlies (3)

Wat moet ik doen als ik mijn gehoor aan een kant of geheel verlies?

Ga zo snel mogelijk naar een KNO-arts (hiervoor is een verwijzing van de huisarts nodig). Soms kan er namelijk nog wat aan gedaan worden als snel (binnen enkele dagen) wordt gehandeld.

Ik ben doof aan 1 oor geworden. Hoeveel kans heb ik dat mijn andere oor ook slecht wordt?

Die kans bestaat altijd bij iedereen, die hoeft nu niet groter te zijn. Gehoorverlies is echter altijd reden om een KNO-arts te raadplegen.

Mijn KNO-arts zegt dat er niets aan mijn gehoorverlies te doen is, wat nu?

De KNO-arts kijkt of er iets aan het gehoorverlies te doen is met een operatie, medicijnen of op een andere manier. Wanneer dat niet kan, betekent dat niet dat u verder niet geholpen kunt worden. U kunt bij een Audiologisch Centrum terecht om te kijken of u iets aan hulpmiddelen zou kunnen hebben. Bij blijvende communicatieproblemen kunt u gebruik leren maken van aanvullende communicatietechnieken zoals spraakafzien en gebaren. Gehoorverlies betekent ook – net als bij elk verlies – rouw en rouwverwerking. Het is voor u een nieuwe situatie. Privé en op het werk veranderen er dingen. GGMD kan u hierbij helpen.

Gevolgen van doofheid of hoorproblemen (4)

Mijn hoorprobleem veroorzaakt misverstanden en irritaties tussen mij en mijn partner. Wat kan ik daaraan doen?

Als iemand ineens, of langzaam aan slechter hoort, is dat ook voor de omgeving wennen. Een ander kan niet weten wat u wel en niet hoort. En in welke situatie u meer last van uw hoorprobleem heeft. Zo kunnen bijv. van invloed zijn: de ruimte, bijgeluiden, de snelheid waarmee iemand praat, de hoogte van de stem en hoe hard iemand praat. Het komt dan ook vaak voor dat dit in de huiselijke kring en/of op het werk tot irritaties en misverstanden leidt. Een goede communicatie is de verantwoordelijkheid van iedereen die daarbij betrokken is. Iedereen moet zich hiervoor inspannen en geduld hebben. Wat u bijvoorbeeld kunt doen is: leg goed uit wat u wel hoort/verstaat en wat niet en hoe dit per situatie kan verschillen. Er bestaan communicatietrainingen. En u kunt (samen) een gesprek hebben met een maatschappelijk werker van GGMD die gespecialiseerd is op dit terrein.

Ik heb gehoorverlies en hoor nu steeds ruis; wat is dat?

Tinnitus (ruis of een ander geluid) is een veelvoorkomend bijverschijnsel bij gehoorverlies. Ook als dat eenzijdig is. Het is niet schadelijk, maar wel heel vervelend. Ervaart men veel last, lees dan het antwoord op de volgende vraag.

Mijn tinnitus (oorsuizen) is haast ondraaglijk. Valt daar iets tegen te doen?

Er zijn vrijwel geen mogelijkheden om de tinnitus te laten verdwijnen. U kunt zich laten informeren door een Audiologisch Centrum (adressen via www.fenac.nl). Bijv. over de mogelijkheden van een tinnitusmaskeerder. Verder zijn er mogelijkheden om via individuele begeleiding of groepsbijeenkomsten de gevolgen van uw tinnitus beter hanteerbaar te maken, waardoor u minder last ervaart. Lees meer over tinnitus op onze website of neem contact met ons op voor meer informatie.

Praten doven en slechthorenden altijd harder?

Dat hoeft niet zo te zijn. Wel is het zo dat een dove de eigen stem niet hoort en dus ook niet kan horen als zijn stem te luid of te zacht is. De ander kan dit tegen hem/haar zeggen. Ook een slechthorende met een behoorlijk gehoorverlies hoort de eigen stem soms niet goed waardoor gelijke problemen kunnen ontstaan.

Communicatie (1)

Welke communicatiemogelijkheden zijn er als je doof wordt?

Pen en papier zijn meestal een eerste begin. Men kan Nederlands met ondersteunende gebaren leren (NGT), beter leren spraakafzien, gebruikmaken van bijvoorbeeld Skype, chatten en andere moderne vormen van communicatie, en gebruikmaken van een schrijftolk. Ook spraak-taalprogramma’s met stemherkenning kunnen worden ingezet.

Gebarentaal (2)

Is er één gebarentaal?

Doofgeborenen gebruiken gewoonlijk het NGT (Nederlandse Gebarentaal). NGT heeft een eigen grammatica (woordvolgorde en gebruik). Er zijn verschillen in de gebaren die gebruikt worden, bijv. afhankelijk van leeftijd en bezochte dovenschool. NmG staat voor Nederlands (ondersteund) met Gebaren en wordt gebruikt door mensen die op latere leeftijd te maken hebben gekregen met gehoorverlies. Men spreekt gewoon maar duidelijk articulerend Nederlands en maakt daar gebaren bij. De gebruikte gebaren zijn grotendeels wel gelijk aan die in het NGT gebruikt worden. Het spraakafzien is bij het NmG een essentieel onderdeel.

Waar leer ik gebarentaal?

GGMD geeft verschillende trainingen in gebarentaal. Bijvoorbeeld NGT, NmG en tactiele gebaren (vierhanden-gebarentaal). Aan deze trainingen kunnen ook naasten (bijv. partner, familie, vrienden, collega’s) deelnemen. Bent u horend en heeft u geen directe relatie met een (plots)dove of slechthorende die een cursus volgt, dan kunt u informeren bij welzijnsorganisaties of particuliere bedrijven die gebarencursussen aanbieden. Op de site www.dovenschap.nl staan adressen van organisaties en particuliere bedrijven in Nederland die een cursus gebarentaal kunnen verzorgen.

Spraakafzien (1)

Wat is spraakafzien en hoe leer ik dat?

Spraakafzien betekent dat men aan de lippen, mimiek en houding ‘ziet’ wat gezegd wordt. Ongeveer een derde van de tekst kan van de lippen afgelezen worden. Er is dus meer informatie nodig bijv. de gelaatsuitdrukking. Als men slechthorend wordt, gaat men vanzelf meer op monden letten. GGMD kan u in contact brengen met een logopedist die u (nog beter) kan leren spraakafzien. Partners worden vaak betrokken bij het leren van spraakafzien.

Hulpverlening (3)

De hulpverlener van GGMD die mij gaat helpen ken ik. Mag ik dan om een andere vragen?

Ja, dat kun je altijd doen. Ook voor die hulpverlener kan dat moeilijk zijn. GGMD kijkt dan of iemand anders de begeleiding over kan nemen.

Kan ik zelf bepalen wanneer ik met de begeleiding wil stoppen?

Bij de start van de hulp worden afspraken gemaakt over wat je wilt bereiken en hoe de hulp eruit zal gaan zien. Tussendoor wordt besproken of het goed gaat, of dat er misschien wat anders moet gebeuren. Het is altijd belangrijk om zelf je wensen aan te geven, ook over de duur van de begeleiding. Als je wilt stoppen, vertel dit en ook waarom. Dit kan leiden tot andere afspraken of het stoppen van de hulpverlening.

Vroeger deed een hulpverlener alles voor mij. Nu heb ik een hulpverlener die zegt dat ik het zelf moet doen, mag dat?

GGMD vindt het belangrijk dat iemand zo zelfstandig mogelijk is. Het is dan ook niet de bedoeling dat GGMD alles voor cliënten gaat doen. Eerst wordt gekeken of er een manier is om het zelf te doen. Bijvoorbeeld met ondersteuning. Pas als dat echt niet kan, zal een hulpverlener het overnemen.

Tolken (3)

Wat is een schrijftolk?

Een schrijftolk typt wat gezegd wordt. De tolk doet dat met een speciaal toetsenbord. De dove of slechthorende leest de (samengevatte) tekst op het scherm van een laptop. Ook andere informatie, zoals omgevingsgeluiden, worden vertaald. Een schrijftolk kan ingezet worden bij verschillende situaties zoals bij gesprekken met hulpverleners, het volgen van onderwijs of cursussen, een familiebijeenkomst of een vergadering.

Hoe vraag ik vergoeding voor een schrijf- of gebarentolk aan?

U kunt bij het UWV een tolkvoorziening aanvragen als u een schrijf- of gebarentolk wilt inzetten bij:

  • uw opleiding
  • uw werk of bij het vinden van werk
  • het starten van een eigen bedrijf
  • privésituaties


  • Het UWV beslist of u de tolkvoorziening krijgt en hoeveel tolkuren u krijgt.
    De (extra) tolkuren die u krijgt, geven zij door aan Tolkcontact.
    Tolkcontact verzorgt de bemiddeling bij een tolkopdracht en de facturering door tolken.

    Tolkcontact is 24 uur per dag bereikbaar voor als u met spoed een tolk nodig heeft.

    Hoe vind ik een schrijf- of gebarentolk?

    Via het register van tolken kunt u een tolk vinden bij u in de buurt (www.stichtingrtg.nl).
    U kunt ook een tolk regelen via Tolkcontact.

    Bij GGMD werken tolken. Zij zijn bij GGMD in dienst. Deze tolken kunnen Nederlandse gebarentaal, Nederlands met ondersteunende gebaren, en tactiele gebaren (vierhanden-gebarentaal). Zij zijn gespecialiseerd in het tolken van gesprekken met hulpverleners. Heeft u een tolk nodig bij de gesprekken met uw hulpverlener van GGMD, dan zorgt uw hulpverlener dat een van onze tolken aanwezig is. Wij kunnen ook een schrijftolk voor u regelen.

    Preventie (1)

    Hoe kan ik mijn nog goede oor beschermen tegen lawaai(doofheid)?

    U kunt in situaties met veel lawaai (café, concert, motorrijden) gebruikmaken van gehoorfilters. Dit is een soort dopje in het oor. Sommige gehoorfilters zijn in te stellen op verschillende situaties. De filters zijn verkrijgbaar bij audiciens en vaak ook bij apotheken, drogisterijen en motorzaken.

    Apparatuur (2)

    Wat is er aan apparatuur als je gehoor slecht wordt?

    Gehoorapparaten zijn het meest bekend. Ze kunnen in het oor of achter het oor gedragen worden. Daarnaast zijn er microfoons, ringleidingen, tril- en flitsapparaten etc. Voor een goed advies kunt u terecht bij een Audiologisch Centrum (voor adressen zie www.fenac.nl). Bij een Hoorinfotheek kunt u allerlei hulpmiddelen uitproberen. Ook kunt u daar informatie krijgen over aanschaf en vergoedingen.

    Wat is een cochleair implantaat?

    Een cochleair implantaat (CI) is een elektronische prothese die het buiten-, midden- en binnenoor overbrugt. Het zet geluid om in elektrische pulsen die de gehoorzenuw stimuleren. Met een CI kunnen personen die geen of nog maar een beperkt restgehoor hebben opnieuw klanken, geluiden en spraak waarnemen. Een CI is echter geen wondermiddel, noch een 1:1 vervanging van het natuurlijke gehoor. CI-geïmplanteerden moeten veelal opnieuw leren horen; dit vergt tijd, oefening en geduld. Ook zullen CI-geïmplanteerden nooit zo goed kunnen horen als een horende. Zij zijn en blijven op zijn best slechthorend.

    Lotgenoten (1)

    Hoe kom ik in contact met lotgenoten?

    Het kan erg plezierig zijn contact te hebben met lotgenoten, voor herkenning van de eigen situatie, tips en begrip. U kunt lid worden van Dovenschap (voor vroegdoven), van Stichting Plotsdoven (voor plots- en laatdoven) of van Fodok (voor ouders van dove en slechthorende kinderen). Of van Stichting Hoormij waar onder meer de NVVS (Nederlandse Vereniging voor Slechtshorenden) deel van uitmaakt. Deze organisaties bieden informatie, bijeenkomsten en behartigen de belangen van de doelgroep. Er zijn welzijnsorganisaties voor doven. U kunt op internet via diverse forums contact leggen met lotgenoten.
    Bij de trainingen van GGMD komt u ook lotgenoten tegen. Bijvoorbeeld bij de themagroep Leven met tinnitus of hyperacusis, de themagroep Leven met plots- of laatdoofheid en de themagroep Leven met slechthorendheid.